Sjappietouwer


Een onverschillig mens lijdt aan een ernstig manco

onaangedaan door de overwaarden van het leven

danst hij voort in een eindeloze monotone tango

matheid en middelmatigheid zijn met hem verweven

 

Een onverschillig mens gaat in galop

met oogkleppen op over een uitgesleten hazepad

het vaandel van onfeilbaarheid hoog in top

nimmer een berg beklimmend, hooguit een veilig vals plat

 

Ik gedraag mij welwillend tegenover de onverschillige

blik buiten zijn bekrompen gezichtsveld, maar zie nevel

poog hem te vormen tot mijn gelijke, leergraag, een gewillige

zoek een poort, maar verwond mij steeds aan de ruwe gevel

 

Ach, wat kan het mij ook verder schelen

doe mijn uiterste best, maar vang steeds bot

laat hij maar een ander gaan vervelen

ik ben gelaten, hopenlijk is zijn evenbeeld niet mijn lot!

 

 

(c) Ron Vos, 2009