Opruiming

 

Mijn daden gooi ik in een symbolisch vergiet

scheid bewust het kaf van het koren

wat oneervol wegebt is niet meer dan een vuist vol verdriet

op wat overblijft blik ik niet terug, maar kijk naar voren

 

Ik bewonder de schoonheid van een ontluikende waterlelie

verwijder kordaat van het tuinpad de verdorde bladeren

alle zonden bedek ik naïef met een pas ingezaaid bed peterselie

gezuiverd bloed stroomt met hervonden kracht door mijn aderen

 

Frisse halmen reiken ter hemel, tasten, maar falen

een nietig pluisje wordt voortvarend heengeblazen door de zomerbries

in al haar onbeduidendheid weet zij het einddoel, het zwerk, te halen

de wind beroert ook mij, ik wordt te zwaar bevonden en verlies

 

Een zoenoffer op Venus'altaar

smeekbedes aan Artemis, de godin van de jacht

niets mag baten, ik ben en blijf in het hemels aanschijn te zwaar

mijn beoogde goddelijkheid lijkt voor altijd ontkracht

 

 

(c) Ron Vos, 2009